home

 

protozoa

register

 

 amoebiasis

 cryptosporiose



protozoa

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

Protozoa (van het Griekse: prootos=eerste, zoo-on=dier; "oerdiertjes") of protozoŽn zijn eencellige, eukaryotische micro-organismen.


Protozoa worden in vier groepen verdeeld; volgens de manier waarop ze zich voortbewegen:

 

1.

Flagellata of zweepdiertjes. Deze bezitten zweepdraden waarmee ze kunnen voortbewegen en voeden.
Flagellatta (Mastigophora) zijn de kleinsten van de protozoa en gebruiken zweepdraden om zich te verplaatsen. Alle protozoa hebben water nodig om zich te verplaatsen maar dit kan zelfs een heel dun laagje zijn rond bodemdeeltjes. Ze zijn zelfs al gevonden in woestijngebieden maar concentreren zich vooral rond wortels omdat bacteriŽn en organisch afval er veel voorkomt.

2.

Ciliophora of trilhaardiertjes. Deze hebben kleine trilhaartjes over de gehele cel. Met deze trilhaartjes kunnen ze voortbewegen en zich voeden. (vb: pantoffeldiertje). Het zijn zijn eencelligen waarbij in ten minste ťťn stadium van de levenskringloop trilharen, ciliŽn voorkomen.

Klasse: Karyorelictea
Klasse: Heterotrichea (bijv. Stentor)
Klasse: Spirotrichea
Subklasse: Choreotrichia (bijv. Tintinnidium)

  • Subklasse: Oligotrichia (bijv. Halteria)

  • Subklasse: Stichotrichia (bijv. Stylonychia)

  • Subklasse: Hypotrichia (bijv. Euplotes)

Klasse: Litostomatea

  • Subklasse: Haptoria (e.g .Didinium)

  • Subklasse: Trichostomatia (bijv. Balantidium)

Klasse: Phyllopharyngea

  • Subklasse: Phyllopharyngia

  • Subklasse: Rhynchodia

  • Subklasse: Chonotrichia

  • Subklasse: Suctoria (bijv. Podophrya)

Klasse: Nassophorea
Klasse: Colpodea (bijv. Colpoda)
Klasse: Prostomatea (bijv. Coleps)
Klasse: Oligohymenophorea

  • Subklasse: Peniculia (bijv. Paramecium)

  • Subklasse: Hymenostomatia (bijv. Tetrahymena)

  • Subklasse: Scuticociliatia

  • Subklasse: Peritrichia (bijv. Vorticella)

  • Subklasse: Astromatia

  • Subklasse: Apostomatia

Klasse: Plagiopylea

3.

Amoebe (spreek uit als 'ameube') is een eencellig organisme dat bestaat uit protoplasma met ťťn of meerdere kernen. Het endoplasma (binnenste laagje) is troebel en korrelig terwijl het ectoplasma (buitenste laagje) meestal helder is. Het organisme behoort tot de wortelpotigen en varieert afhankelijk van de soort tussen de 30 en 800 Ķm.
De naam amoebe komt van het Griekse amoibe, wat verandering betekent en heeft betrekking op de steeds veranderende vorm van het organisme door het uitsteken van schijnvoetjes.
Het eencellige organisme kan vrij leven of als parasiet in bijvoorbeeld de mens. De Entamoeba histolytica kan de voor mensen gevaarlijke amoebedysenterie veroorzaken. Het diertje voedt zich voornamelijk met bacteriŽn.
De amoebe beweegt zich voort en voedt zich met behulp van schijnvoetjes, pseudopodia. Hij sluit voedselpartikels in met zijn schijnvoetjes. Zo wordt een voedselvacuole gevormd. Deze versmelt vervolgens met een lysosoom waardoor het partikeltje verteerd wordt De vorm lijkt steeds te veranderen doordat schijnvoetjes uitgestoken en weer ingetrokken worden. Er worden drie verschillende soorten pseudopodia onderscheiden:

  • Lobopodien: vingervormig eindigend in een stompje

  • Filopodien: smal in een punt uitlopend

  • Rhizopodien: lijnvormig met veel vertakkingen

De voortplanting vindt ongeslachtelijk plaats door celdeling.

4.

Sporozoa of sporediertjes. Dit zijn ingewikkelde eencellige eukaryoten, die vooral als parasieten leven (Brenger van malaria). Het is een stam uit het rijk van de Protisten waarvan vrijwel alle soorten parasitair zijn. Voor deze groep werd vroeger wel eens de naam Sporozoa gebruikt. De stam omvat 4000 soorten, maar waarschijnlijk is de lijst met soorten nog lang niet compleet. Apicomplexa kunnen zowel ongewervelde als gewervelde dieren infecteren. Bepaalde soorten Apicomplexa kunnen voor mensen ernstige ziekten veroorzaken zoals malaria. Maar er zijn ook soorten waarmee wordt geŽxperimenteerd om insectenpopulaties onder controle te houden. De soorten die tot de Apicomplexa stam behoren hebben gemeen dat ze ingewikkelde levenscycli hebben en dat er onderling veel verschil kan zijn tussen de levenscycli. Tijdens de levenscyclus vindt zowel ongeslachtelijke als geslachtelijke voortplanting plaats.

Taxonomie
Opbouw van de stam Apicomplexa in klasse en subklasse:

  • Klasse Conoidasida

    • Onderklasse Gregarinasina
      Onderklasse Coccidiasina

  • Klasse Aconoidasida

    • Onderklasse Haemosporasina
      Onderklasse Piroplasmasina